ZorgBlog

Ongeschikt

“Je kunt de theorie niet goed in de praktijk brengen”, hoorde ik als feedback in mijn stage van mijn tweede jaar verpleegkunde. Ik snapte het niet; ik deed al mijn opdrachten zoals ze moesten, liep elke dag met een andere verpleegkundige mee en zette mijn beste beentje voor. Wat ik toen nog niet wist is dat het mijn houding was die niet gewaardeerd werd. 

Ik ben het type ‘Pippi Langkous’, oftewel: “ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan”. Je zou kunnen zeggen dat anderen dit opvatten als een bepaalde arrogantie, of een air, zo van; “hier ben ik, om mij kun je niet heen”. 

Heel lang heb ik dat niet begrepen, ik snapte niet waar ik tegenaan liep, of wilde dit niet onder ogen zien. Terugkijkend ben ik altijd zo geweest: ik was het kind dat de burgemeester een brief schreef, of er niet een speeltuin wat dichter bij mijn huis kon komen. Ik was niet ouder dan een jaar of acht, negen denk ik. En ja, daarna werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Ik was niet erg onder de indruk van zijn verhaal waarom er geen speeltuin gerealiseerd kon worden in de buurt van mijn huis, weet ik nog. 

Tijdens mijn eerste jaar verpleegkunde was het de bedoeling dat we een zorgstage van tien weken zouden doen. Omdat ik op een leuke plek terecht wilde komen, sprak ik met het verpleeghuis waar ik al werkte (vanuit mijn vorige opleiding), om stage te kunnen lopen op een van de verpleegafdelingen. Het was eigenlijk de leukste stage van mijn hele studieloopbaan, inclusief de collega’s, en op deze plek kreeg ik nog meer enthousiasme voor het zorgen voor de oudere mens met dementie. 

De stage daarna was de stage in het ziekenhuis in het tweede jaar, waar ik niet goed paste. Mijn humor werd niet gewaardeerd, het voelde alsof ik op eieren liep. Gedurende de laatste stages in de opleiding en daarna ook nog een aantal werkplekken die volgden, voelde ik mij niet op mijn plek. Er waren onderhuidse opmerkingen en houdingen van collega’s die ik niet kon plaatsen, waar ik me niet prettig bij voelde. 

Hoe ik het het beste kan omschrijven is dit; collega’s die (een stuk) ouder waren dan ik, waardeerden het niet dat ik hen vertelde hoe ik dingen geleerd had, of hoe ik dingen aanpakte in bepaalde situaties. Dit werd dan onduidelijk naar mij gecommuniceerd, ik werd hier indirect voor veroordeeld. 

Het feit dat ik wars ben van autoriteit en me over het algemeen niets aantrek van wat anderen van mij vinden, heeft me wel geholpen in mijn loopbaan. Eindelijk zit ik op een plek waar dat gewaardeerd wordt, waar men zelfs vraagt naar mijn mening. Ik krijg ook complimenten over mijn werk (voorheen weinig tot niets), en ik wist in het begin niet wat me overkwam. 

De les die ik hieruit heb geleerd is dat het belangrijk is bij jezelf te blijven, en dat je vanzelf een werkgever tegenkomt die je kan waarderen. Wij Pippi’s komen er wel. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *